woensdag 30 maart 2011

Shout it out

Waarom, waarom waarom waarom,
hebben de mensen waar ik het meest van houd
die het dichtst bij me staan, waar ik het meest om geef
altijd de neiging zichzelf pijn te doen?



Lieg alsjeblieft niet tegen me.
Niet over iets groots, niet over iets anders.
Liever hoor ik het vernietigendste dan dat je liegt
want dat is nog vernietigender.

Lieg niet over liefde,
iets dat je voelt of dat je zou willen voelen
Liever word ik bedroefd dan dat je liegt
want dat is nog bedroevender.

Lieg niet tegen me over gevaar
want ik voel toch je angst.
Wat ik gewaar word is waar, of ik ken je niet
en dat is nog gevaarlijker.

Lieg niet tegen me over ziekte.
Liever kijk ik die diepte in
dan dat ik mij verlies in een van jouw lieve verzinsels
want daarmee verlies ik mij dieper.

Lieg niet tegen me over sterven
want zolang we er nog zijn
vind ik dat toegangsloze niet mededelen wat je denkt
erger, en zoveel doder.

donderdag 7 januari 2010

Zelfbesef

Beetje bij beetje schep ik mezelf. Ik onderzoek stukjes, bestudeer ze nauwkeurig, en zet ze op hun plaats of vervang ze. Ik bouw mezelf opnieuw op. Heel langzaam. Het heeft geen haast. Het verwondert me hoe mooi die kleine stukjes mij zijn. Hoe kostbaar, hoe breekbaar, en tegelijk zo sterk.
Hoe wonderlijk is het, dat ik uit al die kleine stukjes besta. Hoe mooi is het, dat ik zelf kan kiezen welke stukjes ik het liefste wil hebben. Ik mag kiezen wie ik ben. Maar het heeft geen haast. Ik hoef niet heel mooi of goed te zijn. Ik hoef alleen maar mezelf te zijn.
Ik kies stukjes uit die fijn zijn. Soms zeggen ze ineens klik, en dan weet ik dat het goed is, dat het past en bij elkaar hoort. Soms denk ik na een tijdje ineens heel anders over die stukjes. Dat is niet erg, dan ga ik gewoon rustig door met kijken en zoeken, en kies ik weer nieuwe stukjes uit.
Het voelt veilig, tussen deze stukjes die ik zelf heb uitgekozen.
Het is fijn om mij te zijn.

vrijdag 5 juni 2009

Het beest

Zonder enige waarschuwing, zonder duidelijke aanleiding of aanwijzing, was de jongen veranderd in een beest. Zijn ogen waren feller dan normaal, zijn pupillen te groot - hij zag mij niet. Hij zag alleen nog pijn en leegte. Zichzelf was hij verloren, want een beest had hem overgenomen. Zelfs zijn tanden waren scherper dan normaal, toen hij ze ontblootte met een maniakale grijns die niet de zijne was.
Hij dreigde en hij schreeuwde, terwijl hij zijn mes tussen zijn vingers liet rollen. Heen en weer, van links naar rechts, durfde ik het hem niet af te pakken, uit angst dat hij het zou merken en daarvoor al zou gebruiken. Hij smeekte me - laten we opnieuw beginnen, ik hou van je, zonder jou is mijn leven niets meer waard...
Hij had alle rede verloren, vertrouwde zelfs zichzelf niet meer. Ook zijn geloof was hij kwijt. Geloof in hoop had hij nooit gehad, geloof in liefde was hardhandig weer uit hem gerukt. Uit pure woede en machteloosheid trapte en smeet hij dingen om zich heen de leegte in die hij zag. Hij wilde dit niet. Hij vroeg me om hem wakker te maken. Om hem te zeggen dat dit één grote misplaatste grap was. Ik vroeg of ik moest gaan. Hij zei dat ik terug moest komen.
En als ik dan toch ging, zei hij, moest ik ook zijn hart meenemen dat ik geplaatst had.

Hij beproefde de muur, de stevigheid, de hoogte. Snoof minachtend, en richtte zijn blik op de trein die aan kwam denderen. Ik zei dat hij het niet moest doen. Hij zei dat hij mij niets kon beloven. In een kort helder moment zei hij dat hij labiel was, en impulsief. Hij kon het me niet beloven.
Toen nam het beest weer de overhand, en slokte hem op. Hij zou in elk geval zijn broertje met hem meenemen, zei hij. Hij zou naar huis gaan, een afscheidsbrief schrijven, zijn broertje vermoorden, naar buiten gaan en een vijver zoeken. Hij zou...
Ik onderbrak hem. Hij zou opstaan, zijn fiets pakken en naar huis fietsen, zei ik. Hij vroeg of dat een weddenschap was. Ik zei nee. Het was geen weddenschap maar een vraag, een smeekbede, verpakt in koele redenatie. Hij mocht niet dood. Niet om mij.
Het beest moest dood. En de jongen moest terugkeren. Maar niet naar mij.

woensdag 3 juni 2009

Leven in een film

Heb jij dat ook wel eens, dat je leven net een film lijkt?
Ik zat net in de trein, met melancholische muziek op (42 van coldplay, als je dat wil weten), met mijn hoofd tegen de stoel naar buiten te kijken, zag huizen en wegen en weiden en bomen en mensen en dieren voorbijschieten, zag dat de zon scheen, en dacht, hm, dit zou best een scène uit een één of andere dramafilm kunnen zijn, of een romantische comedy. Dat ik net van mijn geliefde vandaan kom bijvoorbeeld, of er juist naar op weg ben. Die treinreis zou dan waarschijnlijk mijn leven moeten voorstellen, of mijn gedachtengang - in films zit altijd overal een vage filosofisch-psychologische redenatie achter. En ik dacht, ik blijf gewoon zitten en reis verder, zie wel waar ik uitkom en hoe ik verder leef. Maar toen kwam mijn station en ben ik toch maar uitgestapt. De film hield ook meteen op.
Een andere filmscène uit mijn leven: ik zat naast een mooi meisje met rood haar op een schommelbank op een dakterras in de zon. Al had ik dan eigenlijk een jongen moeten zijn, want veel films zijn er niet met een scène over twee verliefde meisjes naast elkaar in de zon die elkaar nog niet te veel mogen aanraken, laat staan mogen zoenen, laat staan meer dan dat, omdat de een nog een vriendje heeft. Het zou mij in elk geval behoorlijk verbazen als daar een film over zou bestaan. Misschien moet ik maar eens mijn leven gaan uitwerken in een script en dat opsturen naar een producer. Ben benieuwd of er iemand interesse zou hebben.