vrijdag 5 juni 2009

Het beest

Zonder enige waarschuwing, zonder duidelijke aanleiding of aanwijzing, was de jongen veranderd in een beest. Zijn ogen waren feller dan normaal, zijn pupillen te groot - hij zag mij niet. Hij zag alleen nog pijn en leegte. Zichzelf was hij verloren, want een beest had hem overgenomen. Zelfs zijn tanden waren scherper dan normaal, toen hij ze ontblootte met een maniakale grijns die niet de zijne was.
Hij dreigde en hij schreeuwde, terwijl hij zijn mes tussen zijn vingers liet rollen. Heen en weer, van links naar rechts, durfde ik het hem niet af te pakken, uit angst dat hij het zou merken en daarvoor al zou gebruiken. Hij smeekte me - laten we opnieuw beginnen, ik hou van je, zonder jou is mijn leven niets meer waard...
Hij had alle rede verloren, vertrouwde zelfs zichzelf niet meer. Ook zijn geloof was hij kwijt. Geloof in hoop had hij nooit gehad, geloof in liefde was hardhandig weer uit hem gerukt. Uit pure woede en machteloosheid trapte en smeet hij dingen om zich heen de leegte in die hij zag. Hij wilde dit niet. Hij vroeg me om hem wakker te maken. Om hem te zeggen dat dit één grote misplaatste grap was. Ik vroeg of ik moest gaan. Hij zei dat ik terug moest komen.
En als ik dan toch ging, zei hij, moest ik ook zijn hart meenemen dat ik geplaatst had.

Hij beproefde de muur, de stevigheid, de hoogte. Snoof minachtend, en richtte zijn blik op de trein die aan kwam denderen. Ik zei dat hij het niet moest doen. Hij zei dat hij mij niets kon beloven. In een kort helder moment zei hij dat hij labiel was, en impulsief. Hij kon het me niet beloven.
Toen nam het beest weer de overhand, en slokte hem op. Hij zou in elk geval zijn broertje met hem meenemen, zei hij. Hij zou naar huis gaan, een afscheidsbrief schrijven, zijn broertje vermoorden, naar buiten gaan en een vijver zoeken. Hij zou...
Ik onderbrak hem. Hij zou opstaan, zijn fiets pakken en naar huis fietsen, zei ik. Hij vroeg of dat een weddenschap was. Ik zei nee. Het was geen weddenschap maar een vraag, een smeekbede, verpakt in koele redenatie. Hij mocht niet dood. Niet om mij.
Het beest moest dood. En de jongen moest terugkeren. Maar niet naar mij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten